In dit Italiaanse dorp gaat niemand dood ….

Een dorp waar sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw op de begraafplaats achter de kerk geen enkel nieuw graf is gegraven. Chiarmacis, het Italiaanse dorpje waar niemand dood gaat….

Op nog geen 15 km van ons dorp Pertegada ligt het gehucht Chiarmacis dat valt onder de gemeente Rivignano-Teor (UD). Een pittoresk plekje gelegen op het rustige platteland van Bassa Friulië, het lage gedeelte van de regio Friuli Venezia Giulia. Ooit werd Chiarmacis bevolkt door 200 inwoners, voornamelijk mezzadri *1), landbouwknechten die werkten voor een handvol herenboeren die dit gehucht kende. Door de verandering in levensstijl, emigratie naar o.a. Nederland en andere verre landen en de verkoop van de grote bakstenen herenboerderijen, daalde het inwonersaantal tot NUL. Dus ook het kleine kerkje, gewijd aan Sant’ Andrea Apostolo (apostel Andreas) werd niet meer bezocht en werd gesloten.

Chiarmacis uit de verte met alleen maar verlaten boerderijen

Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw is Chiarmacis een spookgehucht. Niemand woont er! Logisch dat er ook niemand dood ging. Vanzelfsprekend dat op het kleine kerkhofje achter de kerk geen ‘recente’ graven te vinden zijn.

Dood en zeker niet vergeten?

Voor kenners c.q. liefhebbers is de kleine begraafplaats zeker de moeite waard om te bezoeken. Naast oude verweerde marmeren grafstenen kent deze begraafplaats ook elegante gietijzeren kruisen, overblijfselen van de typische grafsymboliek van de 19e eeuw. Sowieso vindt men heden ten dage in Italië nauwelijks nog begraafplaatsen vlakbij de kerk. Vanwege de kans op uitbraak van ziektes werden in de loop van de 19e eeuw nieuwe begraafplaatsen aan de rand van de dorpen gesitueerd. Oude kerkhoven zijn veelal geruimd, zo ook op een steenworp afstand van ons dorp Pertegada, in Gorgo. Toen wij dit cimitero (begraafplaats) met de fiets wisten te vinden en er foto’s hebben gemaakt, beweerde de vader van onze overbuurvrouw, Tin Morsanutto, nog dat zijn familie er begraven ligt en dat alles in tact was.

Niets was minder waar, de graven waren allemaal geruimd! In tegenstelling tot Chiarmacis waar de graven van mensen die reeds in de dertiger en vijftiger jaren gestorven zijn, nog steeds met verse bloemen gesierd worden en waar ‘s avonds de rode kaarsjes nog steevast branden.

Rijke historie

Chiarmacis – ook al is het een gehucht – kent een rijke historie, deels door de ligging aan de oever van de Stella, een bronrivier die al door de Romeinen werd gebruikt voor goederentransport. In de Middeleeuwen behoorde het aan de graven van Gorizia en later aan de Republiek Venetië. Het volledige gehucht, inclusief het kleine kerkje, was tot de 2e Wereldoorlog eigendom van de graaf Pancera. De oude – verlaten – herenboerderijen staan er nog steeds, het lijkt alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Op de gevel van het kerkje zijn nog vaag zichtbaar de oude fresco’s van de Madonna met kind en de heilige Christoffel die dateren van rond 1500.

Villa Pancera wordt weer gebruikt als buitenhuis

Maar er is ook goed nieuws!!! In de afgelopen jaren zijn enkele huizen opgekocht door Italianen, maar ook door buitenlanders, die hun oog lieten vallen op dit gehucht om er hun tweede huis te kopen.

Tja, het is en blijft Italië …..

Helaas heeft de gemeente er recentelijk een biogasinstallatie gebouwd. Minder mooi,  echter wat wel zorgde voor de zo broodnodige werkgelegenheid en ‘actie’. Omdat de bewoners feitelijk vakantiegangers zijn, kent Chiarmacis formeel nog steeds geen inwoners. Al komt er nu wel wat meer leven in de brouwerij, het blijft voorlopig toch nog het dorp waar niemand dood kan gaan……

gietijzeren kruisen, typische grafsymboliek van de 19e eeuw

*1)  Een mezzadro (meervoud mezzadri) was eigenlijk geen landbouwknecht, maar woonde en werkte op het terrein van een herenboer. Hij had zijn eigen stukken land en moest de helft (mezza in Italiaans, hetgeen de herkomst van deze term verklaart ) van zijn opbrengst aan de herenboer afstaan.

no images were found

Klik hier voor alle blogs ‘il Tramonto’

© www.iltramonto.eu – redactie: Sjaak Verweij – foto’s: Ad Smets

 


L’amore, een boek over twee Nederlanders die een nieuw bestaan opbouwen in Italië

*1)  Een mezzadro (meervoud mezzadri) was eigenlijk geen landbouwknecht, maar woonde en werkte op het terrein van een herenboer. Hij had zijn eigen stukken land en moest de helft (mezza in Italiaans, hetgeen de herkomst van deze term verklaart ) van zijn opbrengst aan de herenboer afstaan. Door deze constructie waren ze toch erg afhankelijk van de herenboeren en werden daarom veelal als landbouwknechten beschouwd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *