HET PARADIJS (il Paradiso) bestaat echt: en wel in Italië

Tiziano Fraccaroli

Interview met Tiziano Fraccaroli, grootgrondbezitter, bewoner van landhuis Villa Caratti – Fraccaroli, wijnboer, rijstboer, hotelier, restauranthouder, kunstliefhebber, kunstverzamelaar en mecenas. Geen nouveau riche, geen oude adel doch een edele persoonlijkheid, een mens-mens met heel veel idealen

Er zijn zo van die momenten dat je denkt dat je ‘in the middle of nowhere’ bent beland en dan ineens sta je voor een joekel van een paleis. Dat gebeurde ons een paar jaar geleden toen we een toertje maakten door Friuli Venezia Giulia, het vergeten deel van Bella Italia.

We hadden het voor Nederlanders relatief onbekende wijngebied ‘de Collio’ bezocht en zigzagden wat door het land terug richting kust, waar wij ‘wonen’. Natuurlijk hadden we een mooi wijnhuis bezocht en wat wijnen geproefd. Dus terugrijdend met een brede grijns op ons gezicht, en dan het liefst met een mooie sightseeing door het achterland van de goudgele stranden van de wereldbekende badplaatsen zoals Lignano, Grado, Bibione, Caorlo en Jesolo. Al liggen de laatste drie in de Veneto en niet in Friulië.

Het Paradijs
“Hé, kijk nou eens, hier ligt het Paradijs!” Sjaak riep het enthousiast uit toen hij de wegbewijzering zag en erop wees. Inderdaad, Paradiso stond er geschreven. “Wat een leuke naam, laten we er heen gaan!” Zoiets wil ik dan ook meteen zien. Wellicht één of ander klein dorpje of zo. De streek waar we doorheen rijden wordt gekenmerkt door lange zeer rechte wegen met boomteelt, landbouw en wijnbouw. Van de ene kant best saai, al verbazen wij ons iedere keer weer over de schoonheid die dit ‘saaie’ landschap heeft. In ieder jaargetij weten de grote groepen bomen, populieren die in super strakke rijen staan opgesteld, gebogen in eenzelfde richting en het zelfs lijkt alsof ze op dezelfde hoogte dezelfde kronkels hebben, bij ons verschillende sferen op te wekken. Soms geheimzinnig, af en toe zelfs onheilspellend en geregeld van verbijsterende schoonheid en rust.

Wij wisten toen niet beter dan dat het hout bestemd was voor de vele pizzeria’s, voor hun hout gestookte ovens. Eraan denken alleen al doet de zin in zo’n lekkere ronde lekkernij groeien hetgeen regelmatig leidt tot een bezoek aan Agli Angeli, ons eigen restaurant in Pertegada.

“Hier rechts, bij dat restaurant”, zei Sjaak en wederom een rechte weg, met rechts veel gras en links dito. “Hela, kijk daar eens!” Waarbij ik hem wees op een enorm grote vila, een paleis. “Jemig, wat een knoeperd, zomaar in het niets!”

Na twee kilometer stond het bordje ‘Paradiso’ en even later kwamen we aan bij wat oude en vervallen gebouwen. Natuurlijk een kapelletje en een restaurant. Links was een grindweg net als rechts. “Laten we eerst links eens kijken.” Sjaak zoekt het altijd aan die zijde, waarop hij meestal bedrogen uitkomt. Na weer twee kilometer de schokdempers van onze auto te hebben getest komen wij bij oude en vervallen gebouwen uit. Een wijnboer, maar alles hartstikke dicht. “Verdummele, da’s jammer, niets te proeven!” Ik rij nog even door, je weet maar nooit.

Paradijslijk water
En ja hoor, een fabriek ‘Acqua Paradiso’, PARADISO WATER. Een van de bekendste bronwaters van Italië komt hiervandaan. Vanuit honderden meters onder de grond, zuiver bronwater van een bijzonder hoge kwaliteit. ‘Vietato’, alles verboden toegang. En dan gaat het alleen maar om water!!!!

“Ik draai me hier”, zei ik. Waarop Sjaak dan standaard antwoordt: “dan ik draai wel mee!” Hij doelt dan op mijn Limburgismen, aangezien ik op zulke momenten mij bedien van een wederkerige vervoeging.

Aangekomen bij de verharde weg, besloten we het grindpad aan de andere zijde te nemen, tussen het restaurant en het kapelletje door, mijn keuze: RECHTS . Langs vele totaal vervallen schuren en gebouwen. Doorrijdend tot aan de poort van het paleis, waar tevens parkeergelegenheid was. “Wat valt hier nu te parkeren, het paleis is privébezit en verboden toegang. Wat moeten bezoekers hier?”

Sjaak draaide zich eerder om en riep: “kijk nu toch eens, hier is een frasca (barretje van een wijnboer).”

Frasca stond er geschreven in mooi Delfts blauwe tegeltjes en iets verderop ‘Vino di Paradiso’. Onze auto kreeg een welverdiende rustplaats en wij mochten op nader onderzoek uit. Vol verwachting liepen we door de grote poort naar binnen en betraden de enorme (ex-)stal wat meer op een museum leek dan een bar. Honderden schilderijtjes aan de wand. Een gigantische privécollectie van de oud-eigenaar van het paleis wiens familie, in tijden dat onze voorouders niet verder kwamen dan vijf kilometer rondom de boerderij, al de wijde wereld in- en rondtrokken. Foto’s van dames met blote borstjes en een verzameling van gesigneerde foto’s van wereldsterren bekend van de ‘stomme’ film.

“Ragazzi, cosa bevete di buono?” Een heldere, vriendelijke en wat uitdagende stem van een bijzonder mooie meid achter de bar. “Tja, wat willen we drinken? Wat hebben jullie?” Daarop kreeg ik de kaart in handen geduwd en mocht ik samen met Sjaak constateren dat we voor 80 cent een glas wijn konden krijgen. “Zal wel een miniglaasje zijn! Ik neem in ieder geval een Friulano,” gaf Sjaak aan. “Per me un Refosco en per Giacomo un Friulano!”

‘onze’ Denisa

Waarop meteen het gesprek met Denisa Tollon, de dame achter de bar, op gang kwam die nu inmiddels vele jaren onze vriendin is. Denisa is een open en oprechte persoon, amusant en bovendien een echte klantenbinder. Alle ouwe mannekes van de ‘ganse’ omgeving komen iedere dag een paar glaasjes drinken om naar haar tieten te kijken. Sorry, ik wil niet grof zijn, maar zo is het echt. Staat er geen mooie meid achter de bar, dan komen ze niet. De bar is dan leeg en heeft geen levensbestaan.

Inmiddels zaten we aan ons tweede glas, en niet zo’n kleintje maar een dubbele hoeveelheid van wat je door de bank genomen in Nederland krijgt en dan voor 6 Euro. Dit eerste bezoek vonden wij zó ongelooflijk geweldig dat we iedere periode dat we in Italië zijn zeker één keer daar wat gaan drinken. Zo hebben we hier vele mensen leren kennen. Een tijd lang stond ook Giulia Della Peruta achter de bar. Een frisse jonge meid die toen nog aan het conservatorium van Triëst studeerde en inmiddels furore maakt als operazangeres in Italië en ver daarbuiten. Een stem als een nachtegaaltje, die soms een aria ten gehore bracht aan de bar. Om kippenvel van te krijgen, zo mooi, zo geweldig.  (Klik hier voor een impressie die we opnamen tijdens een concert bij ons de buurt).

En natuurlijk hebben we ongelooflijk veel gasten van Villa Greta, onze bungalow die we soms verhuren aan mensen die vakantierust in echte Italiaanse sfeer zoeken, meegenomen en verrast met een bezoekje aan dit paradijs op aarde.

Grootgrondbezitter ‘Mr.T’
Tijdens een van onze bezoekjes stonden we naast een man aan de bar die de eigenaar bleek te zijn van dit hele gebied, Tiziano Fraccaroli. We wisten het eerst niet, echter Denisa gaf die man aan dat wij journalisten zijn die over Friulië schrijven. Meteen was zijn belangstelling gewekt en voor we het wisten zaten we in zijn bolide en reden naar een van zijn buitenverblijven die hij recentelijk had omgebouwd tot B&B. Een enorm complex met werkelijk fantastische kamers. Alle wanden vol waardevolle kunst, vele mooie kunstobjecten op de gangen en in de openbare ruimten. Wat een pracht en praal! Hij hoopte dat wij grote bekendheid zouden maken om de bezoekerscijfers wat op te krikken. Maar ja, om ‘om niet’ reclame te maken voor een B&B, dat gaat ons toch wat te ver, niet dan?

Onze eerste ontmoeting met Tiziano Fraccaroli

Terug op de basis in de frasca bleek dat de gratis risotto die je hier op donderdag tot en met zaterdag krijgt, helemaal vergeven was. De mensen waren inderdaad al weer met de aftocht bezig. Wat wij toen nog niet wisten is dat het bij deze ‘landheer’ gebruikelijk is om op verschillende dagen gratis eten aan te bieden aan de bevolking. Als dank voor hun inzet en toewijding. Zoals in vele landen komen mensen inderdaad voor die gratis hap en vergeten er ‘natuurlijk’ iets bij te bestellen. Het mag dus echt niets kosten, nog geen 80 cent!

Ietwat geïrriteerd, hij had drie porties laten reserveren, vervolgde Tiziano zijn gesprek met ons en bood ons wat te drinken aan. “Laten we een nieuwe afspraak maken zodat ik jullie meer over de historie kan vertellen!”

Zo gezegd, zo gedaan. Het duurde meer dan twee jaar echter het is gelukt. Een bijzonder uitgebreid gesprek met een werkelijk ongelooflijk interessante man, die oh zo veel weet; over cultuur, kunst, politiek, geschiedenis en natuurlijk wijn.

Villa Caratti-Fraccaroli in Paradiso di Pocenia (UD)

Het interview
Beste Tiziano, hoe kom je nou aan zo’n enorm paleis? “Och, dit is maar een kleintje, ik heb nog een groter paleis, in de buurt van Verona. Ook dat is een wijngoed en ik heb er onder andere een restaurant in zitten. Mijn ene zoon voert daar de leiding en mijn andere zoon doet het hier. Ik zal jullie dadelijk kennis met hem laten maken. Mijn vader heeft in de goede tijd de visie gehad dat je wel als keuterboer door kunt akkeren maar dat je ook je vizier breder kunt nemen. Dat het helemaal geen kwaad kan om wat bravoure te hebben en risico’s te nemen. Nooit geschoten is altijd mis! Hij heeft de grote stap genomen door grond aan te kopen in deze vruchtbare streek. Toen hij de kans kreeg om deze ‘Villa’ in 1956 voor een prikje op te kopen zag hij zijn kans schoon om nog wat extra hectaartjes erbij te krijgen.”

“Hij wilde meer dan de traditionele landbouw en startte al ras met wijnbouw. Op deze plek vooral Merlot, Refosco, Pinot Bianco en de Friulano (meteen volgend door ‘ex-tocai’ erachter te noemen, zoals bijna alle mensen hier doen)”. Europa heeft Italië verboden de druivennaam ‘tocai’ te gebruiken. Die mag men alleen nog in Hongarije gebruiken, waar de herkomst ligt van deze prachtige druif. Daarom noemen ze hem in Italië nu Friulano. Ik wist dat eerst ook niet. Pas toen ik het er met een wijnboer over had, inmiddels ook al weer tien jaar geleden, dat mijn vader vroeger hier altijd tocai dronk en dat ik die wijn nergens meer zag, vertelde hij mij het verhaal.

Onderscheidend vermogen
“In de buurt van Verona, zo vervolgde hij met enthousiasme, verbouwen we vooral de Amarone, Ripasso en de Valpolicella. Ik laat jullie dadelijk een lekkere proeven.” Ik heb het werk dat mijn vader heeft opgezet verder verbreed en ook verdiept. Ik heb vooral aandacht gegeven aan het verbeteren van de kwaliteit van de wijn. Want laten we wel wezen, alleen al in deze regio zitten honderden wijnboeren. Dan wil je toch op een of andere manier opvallen om je producten te verkopen. En let wel, het hoeven niet allemaal topproducten te worden, de gewone mens wil ook wat. Tientallen jaren had mijn vader, net als vele collega’s, vooral aandacht voor de kwantiteit. Meer, meer en nog eens meer. Die gedachte hebben we onder mijn aansturing losgelaten en zijn we gaan letten op het totale kwaliteitsproces. Van het begin tot het einde. Alles wordt nu onder de hoogste kwaliteitsnormen uitgevoerd en daar ben ik trots op.

Het andere paleis van Tiziano (foto Caratti)

Risaia, Rijstvelden & Rijstbier
“Bovendien heb ik als eerste in Noord Italië, na 50 jaar uit onze regio verbannen te zijn geweest, de rijstbouw weer teruggebracht. We hebben nu een mooie productie en onze rijst is van een ongekende kwaliteit. Wij mochten gelukkig rijst verbouwen omdat de familie Caratti, die hier vanaf 1682 woonde in 1854 dat recht hadden gekregen[1].” Een leuke bijkomstigheid is dat hij nu ook rijstbier produceert, en velen met ons vinden het verrukkelijk.

We kunnen beamen dat deze rijst, de vialone nano Friulano di Paradiso, echt iets anders is dan die je als standaardproduct in de supermarkt koopt. We hadden hem al een paar keer uitgeprobeerd, als risotto natuurlijk. Dus op bepaalde dagen in de week krijg je hier als bezoeker een bordje risotto gratis. De ene keer met champignons, de andere keer met zucca of met asparagi. En dat hijzelf het ook lekker vindt bleek wel uit het feit dat hij geïrriteerd was toen wij met hem terugkwamen in de frasca en ze voor ons geen portie hadden bewaard.

“Kom, laten we eerst even rond de Villa lopen, dan vertel ik jullie iets over de tuin.” Het was droog en zonnig januariweer. Door een verweerde tuin door richting een opgedroogde bron/fontein, het zwembad van 90 jaar geleden. Een soort tuilerieën waarin je de oorspronkelijke lijnen nog wel zag, echter de laatste tientallen jaren te weinig zorg en aandacht hadden gehad. Dito de ‘orangerie’, waarvan meer ramen kapot waren dan heel. We staken het kruispunt van aangrenzende tuinen over, op iedere hoek zuilen waarop prachtige beelden pronkten. Alle beelden een seizoen weergevend. Prachtige oude bomen, onder andere een bijzonder oude Bergamotboom en overal bananenbomen.

Vlotte babbel
Een waterval aan woorden en die arme Sjaak moest heel wat aanhoren en aantekeningen maken. Ik heb het privilege om de camera te bedienen en rustig te kunnen genieten van alle pracht en praal. En soms vooruitlopend, soms erachter aan bengelend kreeg ik flarden van de verhalen mee. Stonden die twee mannen even later te schater van het lachen. “Wat is er aan de hand, waarom lachen jullie zo?”

Tiziano wees richting de stallen, een muur met gaten. Onder ieder gat een geglazuurd tegeltje met de afbeelding van de vogelsoort die hier mocht huizen. Hilarisch, wie komt op zo’n ludiek idee! Sjaak en ik genoten echt volop. Na jaren aan dit paleis voorbij te zijn gekomen en wij slechts één kant te zien kregen, mochten we thans alle zijden aanschouwen. “Wat een ouwe kraam!” zei ik stiekem tussendoor tegen Sjaak. “Ehmmm!!” beaamde hij met een duidelijk instemmend gezicht. En toen mochten we ondanks de modder aan de schoenen het paleis betreden, de kantoorruimten. Een flinke hal met rechts de keuken waar moeder de vrouw bezig was. Links het kantoor van pa en zoonlief, een mooie man, zoals Denisa ons al had aangekondigd: “Goed kijken, het is een spetter!”

Pa met spetter zoon

Met uitleg over hun tuintje van 6 hectare dat in het boek van een van onze Italiaanse vriendinnen, ‘Parchi e giardini storici del Friuli Venezia Giulia’, uitgebreid wordt beschreven en hun landgoederen in de omstreken, aangevuld met oude landkaarten en hoe de rijstvelden weer in gebruik zijn genomen, vervolgden wij onze weg naar de frasca. En natuurlijk heb ik, net als Sjaak, nog even stiekem achterom gekeken alvorens het paleis te verlaten: ‘Het oog wil ook wat, niet dan!’

Wandelend door de oprijlaan, aan beide zijden omzoomd met oude Romeinse zuilen, zoals je zo ook in Aquileia ziet staan op het forum Romano, vervolgden wij onze weg naar de frasca, naar een wijntje van dit wijngoed Fraccaroli.

Tiziano, wat maakt jouw werk anders dan de inzet van je collega’s in het veld? “Ik denk dat ik meer een visionair ben, dat ik culturen bijeen wil brengen, dat ik sectoren met elkaar wil verbinden en dat ik een veel groter publiek wil bereiken met mijn boodschap. Zeg eens eerlijk, welke wijnboer heeft een B&B vol met kunst van het hoogste level? Ik word door kunstverzamelaars en kunstopleidingen gevraagd om mee te doen bij vernissages en wedstrijden. Ik heb een ongekend groot kunstnetwerk over de gehele wereld. Dat is natuurlijk fijn, maar ik wil er eigenlijk iets meer mee doen. Mij ontbreekt op dit moment nog de tijd.”

Allora, als je nou nog geen tijd hebt dan krijg je die nooit. Die moet je je nemen. Laat dat jonge grut van jou maar wat harder werken.

Giulia Della Peruta: van achter de bar op het wereldpodium

“Ach ja, mijn zoon Luca is de enoloog, zoon Domenico heeft Agrarische Wetenschappen gestudeerd, is dus een academische boer. Dochterlief doet ook haar best en allen hebben ze het druk. Ik mag niet klagen al verlang ik best wel naar het moment dat ik mijn passie verder kan uitwerken.”

“Oh, als wij hier op dit paleis zouden wonen, wij wisten het ook wel, niet dan Sjaak?” “Wat zouden jullie dan doen?”, vroeg hij belangstellend. “Nou, wij zouden hier zeker in de grote eetzaal van jouw paleis, bijeenkomsten organiseren voor mensen uit Nederland en België, die streekproducten konden proeven in combinatie met de plaatselijke wijn. Om ze echt een indruk te geven van wat dit stukje Italië hen te bieden heeft. Informatie die ze mee terugnemen naar hun heimat om het door te vertellen aan anderen. In de hoop dat meer mensen het licht gaan zien en het dure en drukke Toscane en Umbrië links laten liggen en hun heil hier komen zoeken.”

“Oh, dat is nou precies waar ik naar op zoek ben! Breng een bus Hollanders en Belgen hierheen en samen met jullie gaan we een en ander uitwerken. De catering, de wijnen en de andere uitstapjes naar de pareltjes van deze regio. Oh, dat is gaaf. Daar gaan wij drieën nog eens flink over brainstormen, want jullie kunnen het, dat voel ik!”

Valpolicella Ripasso
“Maar nu genoeg gezwetst, we moeten nu eerst wat te drinken hebben.” Dus liep hij naar het schap met de excellente wijnen en nam doelgericht een uitstekend flesje van een uitmuntend jaar. “Nu nog een kurkentrekker.” Onwennig om achter de bar te gaan zoeken, liet hij een van zijn dames er maar eentje aanreiken. Al zou hij echt niet huiverig hoeven te zijn dat er ook maar iemand bij hem een bestelling zal opgeven. Allereerst weten ze allemaal wie hij is, dus laten ze het al uit hun hoofd, want hier in Italië kennen allemaal hun plaats. Bovendien heeft hij geen tieten. Ik zeg het maar even lekker plat en duidelijk.

kunstwerk van Paolo Marani (Triëste-Italië)

Terwijl wij dachten dat hij zijn interview wilde gaan afronden, begon hij na het proosten meteen aan een lang vervolg, over kunst. Want dat is toch echt waar zijn passie ligt. Wat een man, wat een kennis, wat een charme. Geen blabla maar echte leuke verhalen vol interessante informatie en wetenswaardigheden. Te veel om allemaal weer te geven.

Laat ieder zijn eigen kruis dragen
Als voorbeeld: zijn uitleg alleen al van het prachtige kruis bij een van zijn wijnvelden was zó geweldig maar oh zo moeilijk te begrijpen dat we dit niet spontaan voor onze lezers op papier kregen. Sjaak maakt meestal de aantekeningen. Wij stonden op dat moment met de voeten in de klei, ik een stuk verderop om foto’s te maken. Beiden atheïst en niets ophebbend met Kerkleer en kerkhistorie, begrepen we de symboliek van de gebruikte materialen helaas niet. Het kruis is edoch een waar kunstwerk. Op het moment dat ik het schrijf, realiseer ik me dat dit wellicht vreemd uit onze digitale mond klinkt: een prachtig kruis!

Uiteindelijk rondden we het gesprek af, we kregen de aangebroken fles in de handen gedrukt: “laat het jullie een ander moment nog eens goed smaken, als jullie niet zoveel aandacht hoeven te hebben voor iemand die op de praatstoel zit. En graag zet ik het gesprek met jullie voort!”

Wat heerlijk dat we voor ‘il Tramonto’ op plekjes komen waar weinig mensen weet van hebben en in contact komen met hele bijzondere mensen, fascinerende persoonlijkheden. Deuren die voor anderen gesloten blijven, gaan open. Dit keer met Tiziano Fraccaroli, grootgrondbezitter, bewoner van landhuis Villa Caratti – Fraccaroli, wijnboer, rijstboer, hotelier, restauranthouder, kunstliefhebber, kunstverzamelaar en mecenas. Geen nouveau riche, geen oude adel, doch zeker een edele persoonlijkheid, een mens-mens met heel veel idealen, die wellicht nog vele lichtjaren en potten met goud nodig heeft om onder de regenboog van het leven zijn idealen te verwezenlijken.

 

[1] In die tijd behoorde dit deel van Italië tot het Koninkrijk Lombardije-Venetië. De Oostenrijkse keizer Frans Jozef I was hier koning. De keizer was toen net 1 maand met Sisi getrouwd.

KLIK HIER VOOR MEER BLOGS OP ‘IL TRAMONTO’

3 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *