Ein letztes Glas im Steh’n!

Denk niet dat we niks van wijn afweten! Toch noemen wij ons zelf geen wijndeskundigen. Om zo’n nobel predicaat te mogen dragen, heb je echt meer ‘body’ nodig. Wij leidden een bevriende Duitse wijnimporteur rond langs onze aangrenzende wijnhuizen en nemen jou als lezer mee op onze toer, hik!

Mauro Lorenzonetto (Battista II), Sjaak Verweij en Michael Langner (In Vino te Stuttgart)

Een paar jaar geleden kregen wij Duitse bezoekers in ons gastenverblijf, Villa Greta. Tijdens de warme ontvangst onder het genot van een glaasje Prosecco in onze tuin, bleek hij een wijnimporteur uit Stuttgart te zijn. Iemand die zich gespecialiseerd heeft in Italiaanse wijnen. Net als wij is hij voortdurend op zoek naar de pareltjes onder de wijnen; wijnen die ‘anders’ zijn. Meer smaak en kwaliteit tegen een redelijke prijs. Net als ons laat hij zich niet leiden door de etiketten en de naam van het wijnhuis. Hij proeft, proeft nog een keer en laat de smaken op zich inwerken. Dan proeft hij nog een keer en verklaart hardop wat hij denkt te proeven en geeft zijn uitslag en meteen zijn marketingoordeel in termen van wat hij denkt op de Duitse markt te kunnen verkopen.

Michael Langner (In Vino te Stuttgart) en Ad Smets

En dat vinden wij knap! Daarvoor moet je echt iets in huis hebben wat ons helaas nog in een bepaalde mate ontbeert. Waarschijnlijk oefenen wij toch te weinig, zo zeggen we dan.

Sjaak laat mij wel altijd oefenen en daagt me uit. Meestal opent hij de wijnflessen, aangezien ik geregeld nog met een klus bezig ben die af moet voordat ik kan gaan zitten. Ik weet dus niet wat ik voorgezet krijg. Ik bekijk de kleur, laat de wijn walsen in het glas, ik ruik op afstand, ik ruik van dichtbij. Uiteindelijk neem ik een slok en laat het palatum en de tong hun werk doen. Ik trek er gekke bekken bij, gebruik de gehele mond als een volleerde professional om vooral een idee te krijgen. Laatst had ik het goed, ik proefde een Malvasia van wijnhuis Luca Fedele, die zijn wijnen alleen met Friulaanse namen aanbiedt. “Oh, wat goed!” kreeg ik van Sjaak te horen. De dag erna schonk wijnboer Paolo Ferrin een wijn van een ander wijnhuis (fles zonder etiket) en heel spontaan zei ik ‘oh, wat lekker deze Friulano (Tocai)!’ en toen bleek het een Chardonnay te zijn. Blunderen hoort bij ons vak, niet dan? Was ik soms maar wat minder spontaan en hield ik mijn mond wijselijk totdat de wijnboer zelf erover begint en een hint geeft!

Denk niet dat wijnboeren het wél allemaal weten!

Tijdens een door ons georganiseerde netwerkbijeenkomst van wijnboeren kon slechts één wijnhuis, tijdens het zogenaamde blind proeven, hun eigen wijn herkennen! Verder hebben Sjaak en ik een keer de proef op de som genomen om de kennis onder de beste professionals te testen: een wijnboer liet ons een wijn proeven die mislukt was. Mislukt ondanks de dure deskundigenbegeleiding van oenologen. De fermentatie was – zonder te weten waarom – te lang doorgegaan waardoor de wijn een vreemde reuk kreeg en een licht bittere smaak. Goed voor een sangria of Vin Brulè (Glühwein) maar niet goed om ten volle van het pure druivensap te kunnen genieten. Toen wij een maand daarna in een restaurant hun huiswijn kregen voorgezet, roken en proefden we hetzelfde ‘defect’. Toen we er iets over zeiden, was de restauranteigenaar toch echt wel op z’n pik getrapt. “Non è possibile, perché io non lo assaggio il guasto!” (Niet mogelijk, want ik proef het niet!).

Mara Lorenzonetto en Chiara Corradin van wijnhuis Lorenzonetto, cav. Guido, Michael Langner

Hoe kloot men Frederik?

Wij hebben de foute wijn van de eerste wijnboer in een jampot gedaan en net gedaan of het de huiswijn van het restaurant was, want we konden moeilijk aan het restaurant vragen of we een glas huiswijn mee naar huis mochten nemen. Vervolgens maakten we een afspraak bij het wijnhuis die de wijn levert aan dat restaurant. Let wel, het ging in beide gevallen om een Merlot. Echter juist bij wijn van de Merlotdruif proef je erg goed de verschillen tussen wijnhuizen. De twee oenologen van dit enorm grote en gerenommeerde wijnhuis proefden en onderzochten de wijn in hun laboratorium en kwamen tot het oordeel dat het geen fermentatieprobleem was doch teveel zuurstof doordat het vat te lang had opengestaan waardoor de wijn was gaan oxideren.

Volgens hen was het dus een fout van het restaurant (NB: in Italië gebruiken veel restaurants metalen vaten en tappen net als bier hun huiswijn). Wij hadden het goed geproefd, er was duidelijk iets mis gegaan. Jammer dat het restaurant ons niet wilde geloven en stug bleef volhouden dat alles puik was!

Giuseppe Anselmi (directeur/eigenaar Azienda Reguta), Michael Langner en Luigi Anselmi (directeur/eigenaar Azienda Reguta)

Zit het in de familie om de draak te steken met wijnkenners?

Ik weet dat mijn moeder er moeite mee had als mensen er prat op gingen alleen dure wijn te drinken, wijnen van gerenommeerde wijnhuizen. Mijn vader en moeder hebben een hele lange tijd goede wijn via een wijnhandelaar gekocht. Om ‘op te leggen’, te bewaren totdat ze op dronk zijn. Ook wijnen van het jaar waarin hun kinderen, mijn zussen en ik, werden geboren. De kelder lag ermee vol. De ene helft van de kelder was het domein van mijn moeder met alle weckpotten en de andere van mijn vader met de Châteauneufs du Pape, de Margaux’ en God weet wat nog allemaal. Wijnen die bleven liggen tot na zijn dood en die wij 50 tot 60 jaar na het opleggen hebben mogen wegspoelen in de gootsteen, in tegenstelling tot de weckpotten met zwarte pruimen van 30 jaar oud, die wél nog verrukkelijk smaakten.

Zuinigheid met vlijt was het motto van mijn moeder; Voor feestjes werd gewone wijn gekocht en slechts een enkele keer werd er een speciale fles uit de kelder gehaald. Gewoon voor ons als traktatie of een bijzonder moment om mijn vader die heel jong gestorven is te herdenken. Zo’n speciale fles werd daarna dankbaar door mijn moeder bewaard en bij een volgend partijtje hergebruikt: zij vulde deze fles met gewone wijn uit de supermarkt. “Speciaal voor onze wijnkenners”, zei ze dan. En ze trapten er allemaal in: “Oh Greetje (zo heet mijn moeder), wat heb je toch altijd verrukkelijke wijn, je proeft dat dit een dure wijn is….!”

Wees dus gewaarschuwd als je bij ons op bezoek komt, het kan dus zomaar zijn dat we ook jouw wijnkennis op de proef stellen!

Roberto De Nicolò (Azienda Umberto Baccichetto), Sjaak Verweij en Michael Langner. De Prosecco (winnaar van de il Tramonto Gondola d’Oro Award 2017) moest nog even geproefd worden, staande in de cantina, het laatste glaasje voordat we naar huis gingen! 🙂

Maar deze Duitse wijnimporteur dan?

Ik zei het al, hij heeft meer body dan wij! Een goed geoefend persoon met een brede ervaring. En wonderbaarlijk wist hij ons aan te geven waarnaar de wijnen smaakten. De wijnboeren waren verrukt naar zijn bevindingen en beaamden gretig dat je kersen, bosvruchten, ananas, honing en chocola met een vleugje kaneel kon proeven. Dus wij nog een keer met de ogen dicht de proef op de som nemen om voor de zoveelste keer vast te stellen dat we dit er echt niet konden uithalen.

Sjaak Verweij

Hoeveel wijnhuizen kun je in twee uur aandoen?

Wij hebben in een straal van 10 km rondom ons zomerverblijf in Pertegada maar liefst vier wijnhuizen bezocht en van alle wijnhuizen bijna het volledige scala aan wijnen geproefd. Een paar jaar geleden deden we op uitnodiging van een Weense zakenman van 84 een frasca-tocht (frasca = boerenbarretje) waarbij we nog zes adressen wisten af te werken. Terwijl wij deze keer veel van het goddelijke spul in een sputacchiera (soort kwispedoor) hebben laten verdwijnen, dronk onze Duitse wijnimporteur het merendeel op.

Suzi Baccichetto, Sjaak Verweij, Michael Langner en Roberto De Nicolò. Hilariteit bij het schoonmaken van de inox vaten met Merlot. Het leek net een slachterij! De sfeer was ook hier erg goed en inmiddels gaan er jaarlijks enkele pallets van dit wijnhuis richting Duitsland.

Na de vierde wijnboer konden wij twee kanten tegelijk opkijken en hij, onze Duitse wijnimporteur, had nergens last van, hij liep nog rechtop al stonden de benen toch ietwat uiteen al zou dat ook het gevolg kunnen zijn geweest van zijn imposante omvang. Ik gaf al aan dat je meer body moet hebben om dit vak goed te kunnen uitoefenen, zowel figuurlijk als letterlijk….

Na zo’n paar uurtjes hard werken hadden wij geen zin meer om te koken, dus werd het de pizzeria in ons dorp, Agli Angeli. Mmmmm, even bijkomen van alle inspanningen.
Lees ons eerste boek, L’amore, en beleef onze ervaringen bij het inburgeren in Italië!

L’amore, een boek over twee Nederlanders die een nieuw bestaan opbouwen in Italië

Klik hier voor alle blogs ‘il Tramonto’,
© www.iltramonto.eu – redactie & foto’s: Ad Smets

One comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *