Als de ‘R’ in de maand zit dan eet ik ……

….. iets anders dan Sjaak! Jij dacht dat ik mosselen zou eten? Niets is minder waar.

Als kind lustte ik geen kaas, olijven, kappertjes en vond ik vis verschrikkelijk. In mijn tienerjaren realiseerde ik mij dat het verdomde lastig is als italofiel om deze dingen niet te eten in een land waar ze als wellustelingen zelfs kalkoenpoten en –nekken uitzuigen, waar de pens als lekkernij geldt en waar je te pas en te onpas met zeedieren op het bord wordt geconfronteerd. Soms kijken ze je nog aan terwijl ze gepaneerd en gefrituurd met kop en al in de mond gestopt worden.

Hoe los ik dit probleem toch in hemelsnaam op?

Gewoon iedere keer een klein beetje proberen en niet nadenken, gewoon doen! Ik beveel het iedere ouder aan om hun kinderen hetzelfde te laten doen want ik eet nu bijna alles. Er zijn grenzen, natuurlijk! In ons boek L’amore dat ooit een keer uitkomt ga ik nader op dit onderwerp in, echter nu hou ik het even op die zeebeestjes die liefhebbers gaan eten als de ‘R’ in de maand zit: mosselen.

De mosselen van Sjaak

Is het mijn geaardheid?

Ben ik zó homo dat alleen al gedachte aan de vorm van mosselen ik ze niet kan eten? Ik weet het niet. Ik heb er eergisteravond maar liefst vijf gegeten, want ook nu weer geldt: gewoon doen en leren appreciëren! Ik vond ze verrukkelijk. Ik kon ze weliswaar niet zien, vanwege het feit dat Sjaak ze voor mij had gegratineerd met slakkenboter, flink wat knoflook en Nederlandse Goudse kaas. Wat zeg je? “Zo kun je stront nog lekker maken?” Nou dan, succes ermee want zover ga ik toch echt niet!

Sjaak eet ze wel
Overal waar we kwamen lagen ze aanlokkelijk als aanbieding in de schappen. Dus twee kilo gekocht voor die gezellige smulpaap van mij. “Wat eet jij deze keer?”, vraagt hij mij dan. “Lekkere rivierkreeftjes of toch een mals stukje ossenhaas?”

“Nee, ik kies deze keer voor een Milanese!” was mijn antwoord. Een Italiaanse ‘schnitzel’. “Maar die heb je nog nooit zelf gemaakt!” “Ja, dat weet ik ook wel maar ik hoop dat je mij erbij helpt!”

Met een hamerslag afdoen ………
‘Met een hamerslag afdoen’ is mijn motto als bazige jurist. Bij ons thuis is duidelijk wie wat doet. Sjaak prepareert alles en zorgt voor de mise en place. Ik mag als een echte chefkok dan de rest doen. Wat een voorrecht en wat een liefde komt er om de hoek kijken bij dit samenspel, niet dan?!

In geen eeuwen gebruikt, deze hamer

Voor het eerst de houten hamer in gebruik sinds mijn studentenjaren te Nijmegen. De naam stond er nog op zodat iedereen wist dat ‘ie van mij was in de joekel van onze gezamenlijke keuken (10 bij 10 meter) in het voormalige grand hotel dat later door Baron van Lamsweerde was opgekocht en werd verhuurd o.a. aan arme donders zoals ik.

Als een echte vernieuwende en moderne rechter hanteerde ik de hamer alsof ik de straf zelf ten uitvoer bracht. Het toch al dunne lapje vlees werd dunner en dunner. Het kreeg een flink pak slaag aan beide zijden, zoals vele criminelen en politici eigenlijk verdienen maar helaas niet meer krijgen. Besprenkelen met citroensap en bestrooien met peper en zout. Daarna eerst flink door het (volkoren)meel, dan door het ei en daarna door het paneermeel.

In boter smeuren

Ik had de pan met olie en boter opgezet. Toen de boter gesmolten was, heb ik het gepaneerde lapje erin gelegd. Rustig braden, niet te snel zodat het paneermeel niet zwart wordt maar een mooie Italiaanse bruine zomertint krijgt.

Half boter, half olie en smeulen maar

kijk uit voor een zwart lapje

Inmiddels had ik het tweede lapje flink mores geleerd waarna het als tweede de pan in mocht. Ik heb dat bewust gedaan om de uitwerking ervan te weten. Inderdaad wordt dat tweede lapje ietwat bruiner. Nog meer is het opletten geblazen om het niet te zwart te krijgen. Een schnitzel, in Italië Milanese genoemd, moet blank tot lekker gebruind blijven. Wil je op zeker spelen en geen zwart lapje krijgen dan kun je beter de pan na de eerste schoonmaken en nieuwe olie en boter erin doen. En weer rustig braden. Oh, van een licht gebruind stukje vlees kan ik toch zó genieten!

Of het gelukt is en ook nog lekker was?
Moge duidelijk zijn dat het lekker was door te verklappen dat beide lappen vlees verorberd zijn, ik zeg niet door wie, maar ik weet wel dat ik een behoorlijk dikke buik had na het eten. Niet door de groente maar door de Milanese. Sjaak heeft twee keer een klein stukje geproefd, tussen de vele verrukkelijk bereide mosselen door. Hij was razend enthousiast over mijn malse vlees. Hij feliciteerde me zelfs met het resultaat zo trots was ‘ie. Een knapperige en smakelijke schnitzel die ik combineerde met boontjes, gestoomd waarna ik ze met een uitje in gooibotter (roomboter voor de Heulanders) had opgebakken.

Wie eet dat laatste stukje nog op? Olay, jij een beetje en de grootste helft voor mijzelf!

Liefde gaat door de maag

Een klein stukje van de tweede Milanese bleef over wat natuurlijk echt niet kon. Sjaak wilde eigenlijk niet meer. Hij had reeds een flinke portie van de mosselen verorberd. De rest was bedoeld voor een hapje de dag erna, gegratineerd met kaas en lekkere olijfolie, waarover ik het zojuist had. “Kom op, jij de helft en ik de andere!” hield ik als zijn lover aan. Het vlees is zwak, zo weten we uit het Italiaanse mooie land, ons tweede vaderland. En jawel hoor. Ik deelde het vlees in twee helften zoals Sjaak het altijd zegt: “het grootste voor jezelf en dat kleine deel voor mij!” Maar het ging er evenzeer met liefde in. Nou zeg eens zelf, gaat het dan altijd eerlijk in een goed huwelijk?

Buon Appetito!

Klik hier voor alle blogs ‘il Tramonto’

© www.iltramonto.eu – redactie: Sjaak Verweij – foto’s: Ad Smets

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.