Het 500-tje bestaat 60 jaar

De Fiat 500, publiekslieveling en knuffelautootje, bestaat 60 jaar. Een icoon, het symbool voor bella Italia, het goede leven, voor alles wat het land charmant, romantisch en aantrekkelijk maakt.

Sjaak Verweij: De 500 is een icoon en onvergelijkbaar met welke andere auto dan ook. Iedereen – en even oneerbiedig – zelfs een vrouw herkent uit de verte de contouren van een 500-tje. De Fiat 500 heeft als bijnaam ‘Topolino’ wat ‘kleine muis’ betekent in het Italiaans, maar tevens ook de Italiaanse naam is voor de stripfiguur Mickey Mouse. Topolino refereert eigenlijk naar de voorloper van de 500 uit de jaren 30 en 50 van de vorige eeuw, maar bleef ook de koosnaam voor de 500.

Vespa & Fiat 500 toer doet wijnhuis Battista II in ons dorp Pertegada aan

Zes miljoen exemplaren
Zestig jaar geleden, in 1957, nam de Fiatfabriek in Turijn de 500 in productie. En sindsdien zijn van de eerste ‘klassieke 500’ 4 miljoen exemplaren verkocht. Pas in 2007, na vijftig jaar, lanceerde Fiat de opvolger waarvan er inmiddels ook al 2 miljoen exemplaren verkocht zijn. Niet alleen in Italië, meer juist buiten het geboorteland is deze icoon razend populair. Maar liefst 80 procent van de 6 miljoen verkochte 500-tjes rijdt buiten Italië in bijna 100 landen. Een ongekend succes voor zo’n klein karretje…

Vespa & Fiat 500 toer doet wijnhuis Battista II in ons dorp Pertegada aan

Tijdens de zomerperiode worden in Italië overal festiviteiten georganiseerd waar de 500-fanaten trots hun collectors item kunnen tonen aan medefanaten en aan het grote publiek. Zelfs op het dorpsplein van ‘ons’ dorp Pertegada, met nog geen 1.800 inwoners, staan regelmatig de 500-tjes te blinken in de zon. Het publiek vergaapt zich er aan. “Oh ja, zo eentje had mijn vader vroeger ook!” De witte 500 van onze dorpsgenoot Vanni, de plaatselijke uitdeuker, zien we bijna dagelijks door het dorp rijden. Deze klassieker maakt weinig kilometers, vier keer dag de 500 meter van huis naar z’n werkplaats en vice versa. Het kost deze 1meter90 grote kerel meer tijd om in en uit zijn 500 te komen dan de rit zelf. Thuis op de oprit of op de parkeerplaats bij z’n werkplaats staat de motorkap aan de achterkant altijd open.

Uiteraard benut de autofabrikant marketingtechnisch het 60-jarig jubileum met een Anniversario (verjaardags)uitvoering van de 500 en veel festiviteiten met het motto ‘Forever Young’. Niet iedereen voelt zich eeuwig jong op zijn 60e verjaardag, maar deze icoon wel!

Klassieke autoshow . veel klassiekers slepen heel wat prijzen in de wacht

Warme, doch natte herinneringen aan ‘t bultje
Ad Smets: Wij noemden de 500 vroeger standaard ‘bultje’ al gebruikten anderen ook wel de term ‘rugzakje’. Eigenlijk is die laatste benaming wel heel erg toepasselijk voor één van mijn ooms die vroeger ook zo’n autootje had. In de zestiger jaren was het niet voor iedereen weggelegd om op vakantie te gaan. De mensen hadden toen het geld er niet voor. Sowieso hadden maar weinigen een auto. Reden om evenzeer erg trots te zijn als je een 500 bezat.

In 1965, toen wij op zomervakantie gingen naar Duitsland, wilde deze oom ook mee. Vrouw en twee kleine kinderen, kleding, voorraad, tent en verdere kampeeruitrusting.

De vakantie viel letterlijk in het water want het regende en onweerde iedere dag. Na een week hielden we het allemaal voor gezien. We hadden geen droge spullen meer voorradig en de moeders waren radeloos. Wij kinderen amuseerden ons heus wel: een plas water is altijd aanlokkelijk, spelen in de beek, alles was prima en we hadden voldoende pret. Niettemin, in een vochtige tent slapen en soms regenwater onder je rubberen luchtbed was geen pretje, maar ja, welke echte luxe kenden we toen?

1965: ’t bultje van ome Piet

Daarom toch maar terug naar huis! Opbreken tussen de buien door en auto inpakken. Wijzelf hadden toen een redelijk grote auto, dus kon mijn moeder – weliswaar met inspanning – de troep erin kwijt. Mijn oom en tante hadden er toch echt moeite mee. “Moet dat allemaal in ‘t bultje?” schreven ze later bij de foto in het plakboek. Ik herinner me dat we allemaal vreselijk hebben moeten lachen omdat ze het niet meer zagen zitten. Jaren later vertelde mijn oom dat hij regelmatig nachtmerries had over die legendarische terugreis. Hij droomde telkens dat hij ‘z’n Truus’ de hele terugreis op de bagageklep van de auto heeft laten liggen om de spullen vast te houden.

Naschrift redactie: een uur nadat we dit artikel publiceerden, kregen we van autokenners te horen dat op enkele foto’s niet de Fiat 500, maar de Fiat 600 staat. Als auto-leken hadden dit volledig over het hoofd gezien, waarvoor excuses

 

KLIK HIER VOOR ALLE BLOGS OP IL TRAMONTO

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

4 comments

  • Jacqueline Seymour

    Er rijden er zelfs een paar hier in Michigan, USA

  • Pien WijtmansBouwhuis

    Ik had er eentje, rond 1980. Ik heb 8 jaar gereden in NL voordat ik naar de VS verhuisde. Het waren allemaal hele oude oma auto’s, maar wel iconen: een daf, een fiatje 500 ( met dubbel clutch) en een eendje. Allemaal afkomstig van oma’s en oud tantes die niet meer durfden te rijden.

  • Sandra Kemna

    Leuke blog. Mijn vader had er vroeger ook eentje en mijn stiefmoeder woog 150 kilo. We maakten als kinderen altijd grapjes dat zij er met een schoenlepel ingepropt moest worden. Het autootje hing ook helemaal scheef. Mijn vader woog 70 kilo….?

  • Caroline van Klaveren-Spee

    Hier in Duitsland zie je regelmatig van die rugzakjes rijden. Mijn schoonzoon had vorig jaar een oudje op de kop getikt om weer verder te verkopen. Helaas wist ‘ie niet dat ‘ie een bijzonder exemplaar had en heeft hij dat ding uiteindelijk voor ruim 5000€ minder verkocht dan dat ‘ie uiteindelijk waard was 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *