EMILIO SABATINI: onze dorpsgenoot is (koper)slager!

Obelix, het ietwat corpulente maatje van Asterix, sprak in ‘De Lauwerkrans van Caesar’ de memorabele woorden: ‘Rare jongens, die Romeinen’. In ons boek L’amore benadrukken wij dat de Italianen, nazaten van dit machtige volk van 2000 jaar geleden, nog steeds – laten we het netjes zeggen – apart zijn. Voor onze lezers komen we met een nieuwe slogan en tevens nieuwe rubriek: “Unieke Italianen, die Friulanen”, waarbij we gewone mensen met bijzondere hobby’s / activiteiten in de spotlight zetten!

SLAGER IN HET KWADRAAT

Laten wij in ons dorp Camino al Tagliamento een markante man hebben die veelvuldig slager is. Hij maakt diverse soorten worst en hij is koperslager. Dat verdient een bezoek aan deze tevreden Italiaanse bon vivant.

Hoe het zo kwam ….

Recent lazen wij een reactie – op Facebook – op een publicatie over ons: “Als je twee mannen op de fiets ziet, in korte mouwen, terwijl wij het met dikke winterkleding aan nog koud hebben; mannen die iedereen vriendelijk toezwaaien en goedendag zeggen, dan hebben we het over onze nieuwe dorpsbewoners Sjaak en Ad.”

Zonder naast onze schoenen te willen lopen, vervolgde deze mevrouw haar commentaar met de slotfrase: “Twee open-minded mannen die een aanwinst zijn voor ons dorp!”

En of we dan trots zijn! Eigenlijk kunnen we niet anders, we doen dat altijd. Zowel in onze woonplaats Eindhoven als in ons dorpje aan de Golf van Venetië, Pertegada di Latisana, waar ons zomerverblijf staat. Als wij de straat op gaan, te voet of met de fiets, wij zeggen alle mensen die we tegenkomen gedag of steken vriendelijk onze hand op.

Zwaaien Jansen

Zowel Sjaak als ik hebben dat van huis uit meegekregen. Onze ouders deden het en zoals het spreekwoord luidt: “goed voorbeeld doet goed volgen”. Wij doen het uit beleefdheid, uit vriendelijkheid, het maakt het leven een stukje aangenamer, voor anderen en voor onszelf. Je raakt je ervan bewust dat je met anderen samen woont op deze aardkloot. Het viel ons op dat dé Italiaan dit toch veel minder doet dan dé Nederlander, om even te spreken in generieke termen. Het lijkt alsof ze het niet gewend zijn om vriendelijk terug te knikken, te zwaaien dan wel goede dag te zeggen. Ze kijken er vaak onwennig bij en durven je veelal niet aan te kijken.

Boeren hebben er minder moeite mee om terug te zwaaien, zo constateren wij. Als wij vanaf de fiets onze hand opsteken naar een tractor die ons tegemoet komt of ons voorbij rijdt, dan zwaait iedere boer terug. Stadse mensen kijken vooral voor zich op de grond zo van ‘ik ken je niet, ik heb je niet gezien!’

Marco Lorenzonetto, wijnboer in Pertegada di Latisana!

In Pertegada kent iedereen ons mede door ons gezwaai. Nu we veelal in het dorpje van Villa Valetudine vertoeven, krijgen we geregeld te horen dat ze ons in Pertegada missen, het valt op dat we er niet meer zijn. In Camino al Tagliamento vallen we juist op doordat we er zijn en iedereen begroeten.

Wie is die mijnheer die óns altijd zo vriendelijk toezwaait?

Slechts één mijnheer zwaaide uit eigener beweging altijd al naar ons. “Wie is die mijnheer?” Wij kenden hem niet en we vroegen het ons telkens af. Uiteindelijk stopten we een keer midden op straat en maanden hem aan om zijn raampje open te draaien, om het hem te vragen.

“Buongiorno, signore!” zeiden wij hartelijk. “Ma, chiamatemi Emilio! “Och, noem mij gewoon Emilio”, was zijn antwoord. “Jullie zijn zo hartelijk en vriendelijk op Facebook. Jullie schrijven altijd zulke fijne dingen en hebben mooie foto’s erbij, eindelijk mensen die positief over onze regio schrijven!”

Blijkbaar was hij een van onze volgers. “Maar waar kennen wij hem van?” Dat is dus altijd ons probleem: ‘waar kennen we die man of vrouw van?’ Wij komen zoveel onder de mensen (althans tot vóór Corona) en we praten met iedereen dat we niet alle gezichten kunnen registreren. Voor de ander is het echt makkelijker om ons te herkennen dan andersom. Twee mannen, een koppeltje, en dan ook nog eens Nederlanders. Voor ons is de ander ‘gewoon’ Italiaan, zoals zo velen. Wij vallen op, of we het willen of niet.

“Jullie kennen me toch?” vervolgde hij en in een vriendelijke stortvloed van woorden vertelde hij ons, terwijl we met onze fietsen de doorgang voor andere auto’s versperden, dat hij koperbewerker is. “Kom een keer langs, dan laat ik jullie mijn werken zien!”

Zeggen is 1, doen is 2

Zo gezegd, zo gedaan! Toch? Als we nu maar wisten wie hij was en waar hij woonde. De uitleg die hij ons gaf, met toeterende Italiaanse withoofden die graag door wilden achter ons, ging te snel. Gelukkig kwamen we hem de week erna weer tegen zodat we het hem nog een keer konden vragen. We hebben meteen maar een afspraak gemaakt, want we weten allemaal wel hoe het gaat: van uitstel komt afstel!

Straccis

Hij bleek in ons dorp, schuin tegenover het café te wonen echter zijn werkplaats bevindt zich in een gehucht – Straccis – op fietsafstand van ons dorp. Gelukkig wel binnen de gemeente zodat we ondanks de vervelende Corona-beperkingen erheen konden gaan. Met slechts 1 km fraude want de geplande fietsroute erheen liep door een andere gemeente en op basis van de maatregelen zouden we de gemeentelijke grenzen eigenlijk niet mogen overschrijden.

Aangekomen in het gehucht was het zoeken naar het huis. Welke van de 10? Gelukkig stond een mevrouw (wat later zijn vrouw bleek te zijn) op de uitkijk en wenkte ons om achterom te komen. Via een pad en een erf van een ander. Veel Italianen gebruiken hun voordeur niet en de normale weg is richting achterdeur. Geregeld is het een ware puzzeltocht om die te vinden. Dankzij de aanwijzing ter plaatse deze keer dus gelukkig niet.

GEMASKERD BAL

Onze stoere, stalen rossen werden op het erf geplaatst waar ooit de varkens rondliepen. Emilio Sabatini en zijn lieve vrouw stonden ons, flink gemaskerd, op te wachten. Sjaak had zijn mondkapje al op en helaas kon ik de mijne niet in het fietsmandje terugvinden. Nu zegt Sjaak altijd dat ik – zoals vele echte mannen – geen ster in het zoeken ben, echter deze keer had ik het mondkapje bij wijnboer Ferrin op tafel laten liggen, zo herinnerde ik mij nadat ik de inhoud van een ‘damestasjesevenarende’ fietsmand twee keer door mijn handen had laten gaan. Gelukkig werd ik door onze vriendelijke nieuwe vrienden verwelkomd met een nieuw mondkapje zodat de ontmoeting toch kon plaatsvinden.

Ook al zaten we buiten onder het afdak van een van de stallen en we bleven op meer dan twee meter afstand van elkaar, veiligheid gaat altijd voor (als je gelooft in het nut van zo’n stukje stof op je mond….! Zeker voor hen was het erg belangrijk want hun dochter moet vanwege een vreselijke ziekte vaak het ziekenhuis bezoeken en een infectie door dit K-virus zou erg fnuikend zijn, dan mochten zij niet meer in contact treden met hun dochter.

Mondjesmaat

Gepland was een kort bezoek, echter we merkten al direct dat er voldoende te vertellen c.q. te luisteren viel en dat we veel moesten bezichtigen en bekijken. Doch vooreerst vooral ook proeven. Deze gepensioneerde vertegenwoordiger blijkt heel veel hobby’s en interesses te hebben en wij werden vereerd om met alles kennis te maken.

“Laten we beginnen met deze”, waarna hij een flinke schotel van twee soorten salami op tafel zette. “Rood of wit erbij? Och, laten we beginnen met een glaasje wit en dan bij de volgende schotel de rode wijn, want dat past er beter bij.”

Emilio blijkt een gepassioneerde salami-maker te zijn. Terwijl hij zijn gehele levenswandel aan het vertellen was, grepen wij gestaag naar de schotel met verrukkelijke soorten huisgemaakte en -gerijpte salami, waarbij we elkaar soms aankeken en knipogend afstemden zo van: “tongstrelend hè!”

Toen de bodem van het eerste glaasje witte wijn in zicht kwam, moesten we toch echt zijn rode wijn proeven in combinatie met andere vleesproducten. Salame stagionato, een soort droogworst die vele maanden gerijpt (gedroogd) was. Dikke schimmel erop, de stukjes vet prima ingedroogd. Nóg lekkerder dan de eerste soorten. En toen werd de eigengemaakte kaas op tafel gezet, zijn lieve vrouw bleef maar eigen producten aandragen, geweldig.

“Maar beste mensen, waarom eten jullie niets?” Toch wel enigszins merkwaardig om als twee jonge honden aan te vallen alsof er – naast het virus ook nog – honger heerst! “Nee, wij hebben net gegeten”, antwoordde Emilio. Waarbij de vrouw meedeelde dat Emilio iedere dag als lunch hetzelfde stuk vlees voorgeschoteld krijgt, een flink stuk van ruim een kilo, want daar is hij verzot op. Maar dan zit hij ook vol.

Wij zijn beleefde mannen, dus paste het niet om als reactie te geven dat ook wij net van tafel kwamen. Het was dooreten geblazen, hetgeen verre een straf was. Dankzij een jarenlange training zit er een puike rek in onze magen. Emilio’s levensverhaal was erg lang waardoor een derde schotel met weer andere huisgemaakte producten die door moeder de vrouw op tafel werden gezet, gretige aftrek vond.

De tijd vliegt

Inmiddels begon het te schemeren. We moesten nu toch echt wel aanvangen met de bezichtiging van zijn atelier waar hij unieke werkzaamheden verricht, wilden we nog wat kunnen zien. Atelier is wel een erg sjiek woord voor deze ouwe stal met de vele antieke en klassieke attributen, handwerkmaterialen en bezienswaardigheden. Bij binnenkomst dachten we eerst in een andere epoche te zijn terecht gekomen, een tijdperk sterk gedomineerd door de kerkelijke clerus. De hoeveelheid Maria’s en Jezussen die ons van alle kanten aankeken en het aantal kruizen al dan niet met het corpus Christi was enorm. Met de weeïge geur van wierook zou het plaatje helemaal compleet zijn geweest.

Koperslager?

Hoe is het mogelijk dat deze van huis uit commerciële man zijn hobby in dit oude ambacht heeft gevonden? Iets wat begon met een klein klusje voor moeder de vrouw, het repareren van een koperen pan, liep uit tot deze voor de Italiaanse regio unieke activiteit. Vele kerkelijke instanties melden zich nu in dit gehucht Straccis, het dorp dat vele jaren ons bronwater leverde, en staan in de rij met hun opdrachten. Unieke en kostbare antieke (kerkelijke) voorwerpen liggen gereed om een gedaantewisseling te ondergaan. Ook in dit prachtige land wordt het steeds moeilijker om handwerkers te vinden op het nicheterrein van de ambachtelijke kunst en het traditionele vakmanschap, de koperslager. Emilio draait er zijn hand niet voor om, het is zijn eerste passie, zelfs nog voor die van het maken van worsten en kaas. In zijn artistieke hok voelt hij zich senang en kan er urenlang vertoeven!

Vakjargon en tranen

Vele verhalen volgden elkaar op, alles behoeft een uitleg voor twee nitwits zoals wij. Wat weten wij nu van koperbewerking af? Niets! De voor ons vreemde bewerkingstermen deed ons zelfs duizelen. Het moment brak aan dat Emilio zijn laatste werk – dat nog niet is afgerond – liet zien: een prachtige weergave van Dario Liani, een gemeenschappelijke vriend. Het werd even stil. Met het bronzen plakkaat van Dario in zijn hand, werd het Emilio te veel. Tranen vloeiden en woorden kwamen niet meer uit zijn mond. Dario was net een paar weken tevoren plots overleden. De avond voor zijn dood was hij – gewapend met 2 potten eigengemaakte vijgenjam die wij moesten proeven – bij ons op bezoek om de waterpomp in de tuin te bekijken. Hij zou de volgende dag terugkomen om te onderzoeken hoe hij de pomp kon aansluiten op een elektrische bediening. Helaas is hij schuin tegenover ons huis met de fiets ten val gekomen. Acute hartstilstand. Een trauma helikopter wilde nog bij ons op het achterland landen om assistentie te verlenen, maar het was echt al te laat. Voordat de machine de grond raakte, kwam het bericht dat ze weer konden opstijgen. Dario was niet meer……..

Emilio Sabatini met de koperen plaquette van onze vriend Dario Liani

Emilio was vanaf de kleuterschool het maatje van Dario. Ze maakten samen worst en kaas. Iedere maandag en vrijdag troffen ze elkaar en zaten urenlang op de praatstoel. Onder het genot van … natuurlijk. Ter nagedachtenis aan Dario heeft hij nu een prachtig kunstwerk in de maak. We zijn erg benieuwd naar het eindproduct.

Tot slot

Verrijkt met vele verhalen beëindigden wij ons bezoek aan deze bijzonder gastvrije mensen. Wat een unieke middag, wat geweldig om deze ervaring te hebben mogen opdoen. Italië kent zoveel ‘kleine’ pareltjes. Terwijl wij ons al jaren op pad begeven om pareltjes onder de wijnen te vinden, treffen wij iedere keer weer zijpaden met wonderbaarlijke mensen met ongekende passies, hobby’s, zoals deze Italiaanse bon vivant Emilio Sabatini, een gewone man met een bijzondere hobby. 

GRAZIE EMILIO SABATINI

© redactie: Ad Smets – foto’s: Ad Smets

Klik hier voor alle Italië blogs op ‘il Tramonto’

L’amore, een boek over twee Nederlanders die goed
willen inburgeren in Italië

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *